Als overlijdensrisico- en arbeidsongeschiktheidsverzekeraar heeft elipsLife in beeld gebracht welke effecten de pandemie vorig jaar heeft gehad op de schadelast. Die vallen op het eerste gezicht mee, zegt Adema. Hij is teamlead Pricing bij elipsLife. “De sterfte valt voor de beroepsbevolking mee. Er was zeker oversterfte, maar die concentreerde zich rond mensen van 70 jaar en ouder. Die zijn over het algemeen niet meer aan het werk. Als zakelijke overlijdensrisicoverzekeraar hebben wij dus relatief weinig overlijdensgerelateerde schade gehad door COVID-19.”
Virus blijkt minder dodelijk dan gevreesd
De eerste schattingen van de dodelijkheid van het virus waren een stuk hoger dan wat het werkelijk is geworden. Toen in 2003 Sars-Cov-1 opdook, werd geschat dat ongeveer 3,5% van de mensen die het kregen, eraan zou sterven. Later bleek dat meer richting de 10% te gaan. “De eerste schatting bij COVID-19 was 3,4%, dus toen maakten veel mensen zich wel zorgen. Gelukkig zagen we dat het later hier in Nederland de andere kant op ging. Er is zeker sprake geweest van een fikse oversterfte, maar het was hier minder erg dan eerste schattingen lieten zien.”
Een factor die daarbij heeft geholpen, is de strategie om de zorg zo veel mogelijk te ontlasten. “In het begin was het doel een grote golf van zieken te voorkomen die zorg zouden vragen. Als ziekenhuizen worden overspoeld, kun je niet meer de zorg geven die we nu wel hebben kunnen geven. Dan wordt het aantal sterfgevallen veel groter. Dus de lockdowns hebben daarin zeker geholpen.”
Risico-opslag
Wel heeft Adema geadviseerd een risico-opslag toe te passen op de risicopremies. De opslag is onder meer gebaseerd op de vaccinatiegraad. “Die is hoog, waardoor de bescherming beter is en de opslag dus beperkt kan blijven. Aan de andere kant is er nog wel onzekerheid over de bescherming op de lange termijn; er wordt al gesproken over een derde vaccinatie. We verwachten dat COVID-19 uiteindelijk een endemisch verschijnsel wordt, maar wel minder heftig dan we de laatste anderhalf jaar hebben gezien.”
Invloed op arbeidsongeschiktheid
De invloed van COVID-19 op arbeidsongeschiktheid is lastiger vast te stellen, zegt Adema. “Daar heb je met een langere doorlooptijd te maken. Wie in 2019 of 2020 ziek is geworden, krijgt eerst twee jaar loondoorbetaling. In die twee jaar is het doel om te proberen te re-integreren. Daarna gaat het UWV keuren en als je dan meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, kom je in de WIA. We weten dus pas over twee jaar wat COVID-19 voor effect heeft gehad op de instroom van arbeidsongeschikten. We proberen wel te kijken naar indicatoren om een schatting te maken. De directe ziektelast door COVID-19 lijkt beperkt, al is er wel meer kortetermijnverzuim geweest. Maar de kans dat het zich vertaalt in langdurige arbeidsongeschiktheid is naar mijn idee vrij beperkt, zeker met de vaccinaties die we nu hebben.”
Onverwachte triggers
De lockdown heeft echter wel voor andere onverwachte triggers gezorgd: “Het UWV heeft altijd al achterstanden gehad in de keuringen. Die zijn nu opgelopen, omdat er tijdelijk geen fysieke keuringen meer konden worden gedaan. Keuren op afstand blijft lastig en iemands toekomst hangt daar wel vanaf. Harde beslissingen, zoals bepalen dat iemand alsnog voor 50% moet werken om zijn inkomen nog op peil te houden, zijn moeilijk en die worden online toch wat minder gemakkelijk genomen. Daardoor zijn de achterstanden gegroeid en dat zorgt voor een hogere instroom in de WGA.”
Adema doelt dan vooral op de situaties dat een werknemer tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is. “Dan krijg je een gedeeltelijke uitkering en het andere deel moet je met werk invullen.”
Mogelijk is nu door het UWV vaker besloten dat iemand meer dan 80% arbeidsongeschikt is, zodat er een uitkering volgt van 70% van het (gemaximeerde) loon. Bij een te verwaarlozen kans om weer aan het werk te gaan, is er een IVA-uitkering. “Voor de werknemer is dat fijn: geen sollicitatie- en re-integratieverplichtingen meer en de werkgever hoeft ook geen inspanningen meer te verrichten.”
Voorschotten
Door de achterstanden bij het UWV worden er nu voorschotten verstrekt op een eventuele uitkering. “In de telling van arbeidsongeschiktheid tellen deze mensen wel mee als arbeidsongeschikt. Dat vertekent de cijfers. Maar omdat er minder herkeuringen zijn, stromen er ook minder mensen uit naar de IVA. Dat zorgt voor een hogere schadelast bij de WGA-verzekeringen. We zien ook dat het aantal herstelde mensen lager is dan normaal en dat zij langer in die periode van loondoorbetaling blijven. Het zal wel even duren voordat we weer terug zijn bij hoe het was.”
Aandacht voor risico’s nu nodig
Kortom: de impact van COVID-19 lijkt vooralsnog mee te vallen voor werknemers en werkgevers. Maar er zijn risico’s. “Als het UWV de achterstanden niet kan inhalen, worden herkeuringen uitgesteld, zitten mensen langer in de WIA en dat zorgt uiteindelijk voor een hogere schadelast en hogere premies voor werkgevers”, zegt Adema.
“Als werkgever doe je er dus verstandig aan om nu scherp te zijn op het herkennen van arbeidsongeschiktheidsrisico’s. Fysieke klachten door verkeerde thuiswerkplekken kun je voorkomen en op psychisch gebied kun je bijvoorbeeld met prescans meer zicht krijgen op welk deel van je personeel extra aandacht vergt. Gezien het tekort aan arbeidskrachten wordt het bovendien steeds belangrijker om mensen aan je te binden en gezond te houden. Dat vergt tijd, maar ga die uitdaging nu wel aan, want juist doordat er minder direct contact is met medewerkers verlies je het zicht op hoe het écht met iemand gaat. Aandacht voor mogelijke psychische problemen is nodig om een volgende piek aan WIA-instroom te voorkomen.”
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met elipsLife.